26

MAART, 2018

Monteren of schrijven

Wanneer ik aan het monteren ben, wil ik schrijven. Wanneer ik aan het schrijven ben, wil ik monteren. Wanneer ik een artikel aan het lezen ben, wil ik ergens zijn waar van alles om mij heen gebeurt en ik de regie heb. Wanneer ik ergens de regie heb, wil ik mij afsluiten op mijn kamer om mij te concentreren op het artikel dat ik wil schrijven.

Bij mij is het gras altijd groener aan de overkant. En het glas is vaak halfvol. Weer zo’n tegenstelling.

De afgelopen maanden heb ik mij vaak afgevraagd welke journalistieke kant ik op wil. Als klein jongetje was het de schrijfkant, als grotere jongen werd het de audiovisuele kant. Die beelden spreken toch wel aan, hè? Die woorden daarentegen: het staat ook maar zo stil. Het vergt zoveel aandacht, lezen. Een uitstervende discipline.

Dit weekend was ik bezig met mijn aanmelding voor de master journalistiek op de Rijksuniversiteit van Groningen. Een stap om mij verder te ontwikkelen binnen de journalistiek, al denk ik geregeld: kan ik niet gewoon meteen beginnen met publiceren? Is die master echt nodig? Is er geen krant of omroep die mij nu meteen wil aannemen?

Terwijl ik bezig was met schrijven, moest ik ook nog een filmpje monteren voor de Europese Persprijs. En ik kwam één grote overeenkomst tussen deze twee ‘disciplines’ tegen.

Mijn grootste zwakte is dat ik graag van A naar Z wil gaan. Altijd. Ik begin gewoon. We kunnen nu wel gaan doen alsof het een goede eigenschap is – ik kan dat ook zeker gaan doen, het glas is immers toch half vol – maar laten we eerlijk zijn: soms is het best handig als je eerst iets uitdenkt, dan dat gaat opschrijven én het dan pas gaat uitvoeren.

Ik keek naar het betoog dat ik in Word aan het schrijven was en ik keek naar de sequence van het filmpje dat ik aan het monteren was. Weinig verschil. Bij allebei was er een duidelijk en goed begin. Daarna waren er heel veel losse stukjes die het middenstuk moesten gaan vormen. Ik had nog wat andere Word documentjes geopend met tekst. En nog een paar aantekeningen. Overal Word documenten. Bij mijn filmpje was het niet anders, maar dan in de vorm van verschillende sequences. Het begin stond, het middenstuk was overal en nergens. En stug maakte ik elke keer een nieuwe document aan met de titel ‘Eindversie’. Eindversie één werd eindversie zeven. Voor zowel het betoog als de film.

De manier waarop ik tot een betoog en een film kom, hebben nogal een dezelfde stijl. Alles loopt door elkaar, overal staat van alles en vaak denk ik: Begin maar opnieuw. En dan, opeens, wanneer de deadline bijna daar is, valt alles samen. Dan is er opeens een verhaal, in de vorm van tekst of beeld, terwijl de notities in tien andere documenten staan.

Dit stukje tekst daarentegen heeft weinig andere Worddocumentjes gekost. Misschien heeft het ermee te maken dat het bijna 4 uur ’s nachts is en de gedachte niet te veel uitschieten. Ook best lekker af en toe. Dit stukje groene gras wil ik vaker hebben.

Oh, en mijn passie ligt toch wel bij de mix van schrijven en audiovisuele journalistiek. Fuck hokjes. Ik ben vooral blij als ik iets af heb en weer helemaal opnieuw mag beginnen.