#9: Voetbal zit in mijn bloed

Ik sta op het veld, fluitje in de mond en lijst in de handen. Het is kwart over twee, de voetbaltraining zou een kwartier geleden begonnen moeten zijn, maar er komen nog steeds jongetjes het veld op lopen. Het is Brazilië, afspraken moet je hier met een potje zout nemen. Zeker hier in de favelas is structuur een onbekend begrip. Twee uur is geen twee uur. Morgen betekent niet morgen, het betekent niet vandaag.

Sinds een maand ben ik bezig met het geven van voetbaltrainingen aan jongetjes en meisjes tussen de zes en vijftien jaar. Dit vindt zich plaats in een achterstandswijk in Rio de Janeiro, in de favela met de ironische naam ‘Poort naar de hemel’. Een nieuw opgezet project, met als organisatienaam ‘Estrela da Favela’, dat met sportlessen als vangnet de kinderen van de armste klassen educatie geeft. Het doel is om via onderwijsondersteuning kinderen een eerlijke kans te geven om naar universiteiten te laten gaan, waarin openbare scholen al jaren falen. Openbare scholen, zowel binnen als buiten de favelas, zijn in het algemeen van een bedroevend laag niveau in Brazilië.

Eindelijk heb ik dan alle ballen verzameld, zitten de jongetjes op het gras en heb ik hun aandacht. Concentratie zal van korte duur zijn, ik kies voorzichtig mijn woorden en probeer er zo snel mogelijk doorheen te razen. De lijst met namen die ik voor me heb ga ik af, zijn we er allemaal? Natuurlijk niet. De helft zit in de groep van drie uur, die stuur ik buiten de hekken. Ik houd nog maar acht van de vijftien jongetjes over. Waar is de rest? ’’Weet jij het Joao Pedro? En Lucas, waarom heb je het shirt niet aan dat je gekregen hebt vorige week? En Daniël, waarom ben jij wéér te laat? Na de training wil ik even met jullie en de wijkleider zitten.’’ Terwijl ik dit allemaal doorneem voel ik hoe ongelofelijk Nederlands ik bezig ben. Lijsten, op tijd moeten zijn, structuur opleggen en het over problemen willen hebben.

Adriano, Romário, Pelé en Ronaldo komen allemaal uit wijken als waar ik dagelijks bezig ben met jongeren. Het zijn een paar van de grootste voetballers die de wereld kent. Jongens die moesten vechten voor elke meter, voor elke cent, altijd omringd waren door drugs en wapens en school nooit of amper gekend hebben. Dit alles zag je vaak doorslaan op het veld of er juist naast. Je kan makkelijk stellen dat Adriano, nu die miljoenen op zijn rekening heeft staan, de waarde van geld heel anders ziet dan een persoon buiten de favelas waar geld altijd in handbereik was. Nooit iets gehad hebben, nu het uitgeven alsof het ‘bier’ is. Ik begrijp het volkomen. Je kan het ze er niet op aanrekenen. Misschien is een nog beter voorbeeld Romário met zijn wereldbekende quote: ’’Voetbal is niet lopen.’’ En dan toch elke wedstrijd drie doelpunten maken. Het is typerend, zij bepalen wat en hoe het gebeurt. Vind je het niet leuk, dan is dat jouw probleem.

De training is begonnen, warming up. Ik loop voorop, de jongetjes achter mij aan en we gooien de knietjes omhoog. Ze kijken me aan, niet begrijpend wat ik doe en ze proberen me na te doen. Ik krijg een lach op mijn gezicht en leg ze uit hoe het moet. Stuk voor stuk zijn ze allemaal ergens nog zo onschuldig. Tijdens het lopen gooi ik de bekende kreet erin, ’’ESTRELA DA FAVELA’’ (ster van de sloppenwijk), de rest schreeuwt me na. Nog ééntje dan, ’’FUTEBOL NO MEU SANGUE’’ (voetbal zit in mijn bloed). Weer galmen de woorden luidkeels door de wijk. Ik kan hier niet levens redden met wat sporttrainingen, dat gaat ook niet gebeuren, maar het is heerlijk om de blijdschap te zien en te voelen. Het is leerzaam en het maakt me gelukkig.

Keepers die op een bal duiken alsof hun leven ervan afhangt, het ene na het andere trucje volgt en ballen verdwijnen in de netten met een vaart die een Nederlands jongetje van acht niet in zich heeft. Daar tegenover staat dat jongetjes van twaalf nog voetballen alsof ze in de fjes zitten, allemaal op een kluitje. Het grootmaken van het veld kennen ze niet en een bal passen is onbegrijpelijk wanneer je iemand kan dollen. Misschien zijn het juist daarom de Romário’s en Adriano’s die doorbreken, die iedereen en alles wegspelen, die de beste van het veldje moesten zijn om het de beste van de wereld te worden. Een jongetje van zes krijgt nooit een bal aangespeeld, dus als je hem hebt is er maar één optie: dollen en scoren. Wanneer deze jongetjes in een jeugdopleiding zitten bij een gemiddelde Nederlandse amateurclub valt er nog zoveel meer uit te halen. Ze zullen niet allemaal de nieuwe Ronaldo’s worden, maar hun vechtlust kan gecombineerd worden met structuur en basiskwaliteiten, wat een geweldige voetballer maakt.

Los van de geweldige acties zijn er nog meer scheldwoorden die van de ene kant naar de andere kant vliegen. Het lontje is kort en er zit zoveel emotie in de lichaampjes. Het alles moeten willen hebben, als eerste, meteen. Het gaat er niet om wat het is, als jij het maar bent. De bal, een corner, een hesje, het ingooien of een bekertje water. De anderen maken niet uit. Het is ik tegen de rest. Het ene moment wordt er gehuild, of door een overtreding of door het niet eens zijn met de beslissing van een vrije trap. Of de overtreding echt pijn deed? Nee. Of ze echt boos zijn over de beslissing? Nee. Het is boosheid. Een geldige redenen om even te kunnen huilen, het kind te zijn. Na een knuffel en wat praten verschijnt er nog sneller de lach die het allemaal goed maakt. Er wordt zoveel onrecht gevoeld, de samenleving is tegen hen, altijd en overal.

Eén derde van de mensen uit Rio woont in de favelas, ongeveer twee miljoen mensen, waarvan één procent in de misdaad werkt. Er zit zoveel talent in deze wijken, van muziek tot sporten tot dansen tot (potentiële) intelligenten, maar het is jammer dat de middenklasse en bovenklasse Brazilianen het niet zien, of vooral niet willen zien. De favelas worden buitengesloten van de Braziliaanse samenleving, genegeerd. Tenminste, totdat het negatief in het nieuws komt. Want wanneer er iets gebeurt wat ‘echt niet door de beugel kan’ zwaait de media weer aan met hoe slecht het wel niet allemaal daar is in de favelas. Elke favelado is dan ook een crimineel en niemand deugt, ze stinken en hebben geen normen en waarden. Een vooroordeel is een vooroordeel.

Het gaat beter en beter in de favelas. Educatie is het grootste probleem in Brazilië, maar er is vooruitgang met projecten als deze. Ik heb me ongelofelijk vergist, ik had het erger verwacht dan wat ik nu zie en dagelijks meemaak. Mensen hier zijn niet slecht of dom, er is voor iedereen eten en juist in de favelas zullen er geen mensen zijn die op de straat leven. Er wordt gedeeld en er is sociale hechtheid. Er is veel drugs aanwezig, maar het is de middenklasse, bovenklasse en de politiek die dit in stand houden. Daar zit het geld en worden de grootste problemen gecreëerd, of niet opgelost. Er valt niet te kiezen tussen de verschrikkelijke corrupte politie of de drugdealers die traficó worden genoemd. Geweld, corruptie en wapens maken alles gecompliceerd. Voetbal is een uitweg voor sommige jongetjes, maar lang niet voor allen. Educatie, educatie en nog eens educatie. Zolang daar niet méér in wordt geïnvesteerd zal hier weinig veranderen. Geloof de cijfers niet, geloof de politici niet, geloof de verhalen niet en de media is een verschrikking in vele gevallen voor de realiteit.

Voetbal is voor velen dan ook levensbepalend. Of het hier nou gaat om een eigen wedstrijd spelen of om naar het kijken van jouw favoriete team, het is een afleiding dat zich ver doortrekt. Voetbal is tenminste iets wat het hele land wél deelt. Als iemand ooit nog het lef heeft om tegen mij te zeggen dat ‘voetbal maar een spelletje is’, stuur ik die linea recta naar Brazilië…

Football Is an honest game. It’s true to life . It’s a game about sharing. Football is a team game. So is life. 

Verder gaat het goed. Ik heb veel rust gevonden. Ik ben leraar Engels in een Nigeriaanse gospelkerk, ik woon met vijf ongelofelijk lieve en leuke Brazilianen en ik ben enorm gaan houden van de stad. De volgende keer volgt er weer meer over mijn leven in Rio de Janeiro.