Er schiet een film door mijn hoofd. Een film waarin ik iemand zie zitten in een trein die omringd is door exotische elementen. Ik herinner het me goed: de jongen met de backpack, zijn Westerse kleren, de ogen op hem gericht, de kippen kakelen rondom hem en de gelukzalige glimlach. Een trein zoals je die alleen in een film ziet. Opeens realiseer ik me, terwijl de film langzaam doorspeelt en de hoofdpersoon contact maakt me de lokale mensen, dat dit ooit één van mijn dromen was.
Ik haal diep adem en kijk ik om me heen naar wat er gebeurt. Ik neem alle geluiden in mij op, tot in het kleinste detail. De camera, nu nog gezien vanuit mijn ogen, verplaats ik naar een bovenhoek in de wagon van de trein. Ik verlaat mijn lichaam, er zit enkel nog een persoon op de bank. Een blond, opvallend, persoon zit tussen al deze Brazilianen.
”Hij wordt aangekeken door velen. Hij praat met zijn buurman, of probeert het. Het gezicht van de oude man spreekt boekdelen, hij begrijpt er niks van. Het maakt niet uit. Ze lachen. Voor een gevoel heb je geen woorden nodig. Geen gesprekken, geen teksten. Enkel de ogen. De zon schijnt naar binnen, het bekende Jezus beeld van Rio schitterend door de ramen. Het is warm in de trein van Central naar de buitenwijk Bangu. Een heerlijke warmte, een gelukkige warmte.”
Mijn ‘werkdag’ begint officieel om 2 uur. Vaak ga ik al veel vroeger naar Bangu om met de voetbal lessen te helpen, maar deze dag trok ik het niet. De avond ervoor was één van de gelukkige avonden in Rio. Samen met vrienden een avond simpel spelletjes spelen onder het genot van Braziliaanse biertjes en caipirinhas. Langzaam dronken worden, om de nacht af te sluiten in een warm bed. De vrijheid die Rio mij gaf was van een andere wereld. De magie van de stad?
”De trein wordt bij elke stop drukker. Toch weten de verkopers zich er doorheen te drukken. De ene na de andere persoon komt naar binnen om iets te verkopen. Drinken, eten, speelgoed, tandenborstels, nagelschaartjes en als hoogtepunt een schroevendraaier mét lichtje. Bij het verkoop van deze schroevendraaier gaat er een toespraak vooraf. Vijf minuten over hoe belangrijk en goed deze schroevendraaier kan zijn, wat het nut is van het lichtje en wat er gebeurt met je leven als je deze schroevendraaier inderdaad koopt. Vrouw of man, besluit op zijn woensdagmiddag, uit het niets, zonder het nodig te hebben, een schroevendraaier mét lichtje te kopen. De schroevendraaiers worden verkocht als warme broodjes. Terwijl de zon op hem valt kijkt de blonde jongen met een grote glimlach zijn ogen uit naar wat er om hem heen gebeurt.”
De dolletjes tussen de Brazilianen is iets wat in weinig andere treinen gezien zal worden. Iedereen doet mee, iedereen mag mee doen. Ras maakt niet uit. De donkere man in het nette pak, gepoetste schoenen, een koffertje én rasta’s. De zwerver die van velen verkopers wat eten krijgt. De vrouw die het goedkoopste blondeer middeltje wist te scoren, en er ook zo uitziet. De man die zijn Flamengo shirt aanheeft, en ook de man met het Bogota shirt. Man, vrouw, kind, donker, wit, geel, blond, zwart, bruin, knap, lelijk, dik, dun, arm, rijk, oud of jong: iedereen. Even is er het ultieme bewijs dat racisme een gesloten boek is. Dank je wel God, voor dit bewijs. Dat het bestaat, dat het dus wel kan.
”Terwijl de ‘schroevendraaier-mét-lichtje-verkoper’ verdwijnt naar de volgende wagon komen er drie jongens vanaf de linkerkant binnenlopen. Eén met gitaar, één met panfluit en natuurlijk één met hoed. Straatmuzikanten. Of in dit geval openbaar-vervoer muzikanten. De blauwe ogen stralen naar alles wat er om hem heen gebeurt. De jongens spelen hun deuntjes, verzamelen het geld, krijgen aandacht van de meisjes en lopen rustig door naar de volgende wagon. Het liedje herhaalt zich. Trein stopt, mensen stappen in en uit, nemen afscheid tot ze elkaar morgen weer zien, en sommigen staan op voor de ouderen. Zo komen ook de volgende verkopers schreeuwend binnen. Deze keer een man om de nieuwste pen mét lichtje te verkopen. En weer snapt iedereen, behalve ik, waarom deze pen iets toevoegt aan het leven.”
Ik verplaats de camera terug en kom met een schok weer terecht in mijn lichaam. Halte Bangu is bereikt. Ik geef de man, naast wie ik het meeste gedeelte zat, een schouderklopje en bedank hem. Waarvoor weet ik niet, maar ik bedank hem. Ik bedank al die mensen in mijn hoofd. Voor deze ervaring. Voor het zien van iets moois, het meemaken van iets prachtigst. Met vochtige ogen en een gelukzalig gevoel loop ik met grote stappen naar de kinderen in de favela, die staan te wachten voor een simpel spelletje van een balletje trappen.
Terugkijkend wilde ik de jongen uit de film zijn, in zijn situatie leven. En nu: Ik leef de film, ik ben de hoofdpersoon.
De simpele dingen maken ons gelukkig. Het gebeurt voor onze neuzen. Een dagje in de trein.
David M. Hielkema
Als slot een video waarin mensen de trein bestormen, terwijl ik hem gelukkig verlaat:
Het leven te zien zoals jij daar deed is een kunst en zouden we allemaal altijd moeten doen!
Geluk ligt voor het oprapen maar we lopen er vaak overheen. Prachtig hoe je het weer opschrijft. Dank je wel.
Kus, mama
Een gelukkig mens en een observer, David ik kan het niet genoeg zeggen: jouw rugzak is goud waard…..
Lieve groet, ‘buuv’ Marijke
Mooi verhaal David
love the reactie man
haha! genieten in edinbrugh?
Jij moet een boek schrijven man!
goh, ik zie je tussen die mooie mensen zitten! ja inderdaad wanneer ga je een boek schrijven? Je hebt talent jongen!
Mooi man, zo uit je zelf kunnen treden. Op een wolk zitten en niet kijken maar waarnemen. WAAR. Ik ken het, streef er naar. Ooit zei een hoge-piet-in-de-reclame-vriend van me (nee, niet Manfred) dat hij probeerde elke dag minstens 1x waar te nemen, gewoon op straat of in de winkel of op zijn kantoor of in de.. trein. Mede daarom is hij zo goed in wat hij doet. Het is een pracht streven. Keep on doing it. X!